Brussel: minder auto's rond scholen.
Uit gegevens verzameld in de periode 2022-2025 bij 83% van de Brusselse scholen blijkt een geleidelijke toename van het aantal verplaatsingen met de fiets en te voet. Gelijktijdig blijft het gebruik van de auto voor woon-schoolverplaatsingen geleidelijk afnemen. Deze trend is vooral duidelijk in scholen met een schoolvervoerplan.

Om de drie jaar moet elke school in Brussel haar mobiliteitsgegevens indienen bij Brussel Mobiliteit. Een analyse voor de periode 2022-2025 bevestigt een bemoedigende dynamiek: het aantal verplaatsingen met de auto neemt af, terwijl het aantal actieve verplaatsingen en het openbaar vervoer toenemen. Deze trend is des te zichtbaarder in scholen met een schoolvervoerplan, een structurerend instrument om leerlingen, leerkrachten en ouders te helpen bij het aannemen van actieve en veilige mobiliteitsgewoonten.
"Alle ouders willen dat hun kind veilig de schoolpoort bereikt, en de cijfers bevestigen het: steeds meer kinderen gaan te voet of met de fiets. In scholen met een Schoolvervoerplan gaat die evolutie zelfs nog sneller. Meer dan 100.000 leerlingen maken nu al deel uit van deze beweging, en mijn missie stopt pas wanneer ouders "geniet van de route" zeggen, in plaats van "wees voorzichtig", aldus Brussels Mobiliteitsminister Elke Van den Brandt.
Een duidelijke toename van actieve mobiliteit

In 2025 ging 32,4% van de leerlingen in het basisonderwijs met de auto of carpool naar school gaan (tegenover 35,5% in 2023) en 45% met actieve vervoermiddelen (tegenover 43% in 2023).
Deze resultaten tonen een aanzienlijke toename van het gebruik van de fiets, vooral in het gewoon basisonderwijs, waar het modale aandeel van de tweewieler tussen 2018 en 2025 steeg van 3,45% naar 6,2%. In het secundair onderwijs is de stijging beperkter, maar blijft ze positief. Ook het schoolpersoneel gaat meer fietsen: het modale aandeel stijgt in dezelfde periode van 5,0% naar 9,2%. Deze verandering is aanzienlijk sterker in scholen met een schoolvervoerplan, zowel in het lager als in het secundair onderwijs.
Van de ongeveer 850 scholen in Brussel nemen er momenteel 336 deel aan de schoolvervoerplannen, wat neerkomt op meer dan 100.000 leerlingen in het hele gewest. Deze scholen kunnen gebruik maken van verschillende leermiddelen en ondersteuningsprogramma's om actieve mobiliteit aan te moedigen. Daarbij onder meer fietsopleidingen aangepast aan de stedelijke context (Kleine Trappers, Fietsbrevet Brons, Fietsbrevet Zilver, Fietsbrevet Goud).
Scholen melden echter een aantal obstakels: hogere werkdruk voor leerkrachten, personeelsverloop, vertraging bij bepaalde praktische ondersteuning en een gevoel van onveiligheid rond scholen. Deze factoren tonen aan hoe belangrijk het is om door te gaan met het verbeteren van de schoolomgeving en het bieden van operationele ondersteuning aan de onderwijsteams. Ondanks deze uitdagingen is de evaluatie van de bestaande instrumenten bijzonder positief.
"De verzamelde gegevens bevestigen het tastbare effect van de schoolvervoerplannen op het mobiliteitsgedrag. Scholen die voor de aanpak kiezen, gaan sneller over op actieve vervoerswijzen. We werken met elke school samen om ze de juiste hulpmiddelen te bieden, van lesmateriaal tot gespecialiseerde opleidingen", legt Lore Vantomme van Brussel Mobiliteit uit.
De dynamiek bevestigt de doeltreffendheid van de acties op het terrein en versterkt de wens om de schoolvervoerplannen verder te zetten. Ze blijken immers een concrete en meetbare hefboom om het aantal auto's rond scholen te verminderen.
Inge Paemen